0485 66 22 74

  • info@windkracht-vlaanderen.be

WEETJES

WEBSHOP

 
GELUID EN WINDTURBINES.
 

Als windturbines draaien, maken ze geluid. Er zijn in Vlaanderen normeringen goedgekeurd over hoeveel geluid windturbines mogen produceren. Mensen ervaren geluid in de nacht en de avond als hinderlijker dan overdag. Vandaar dat voor deze periodes strengere normen worden gehanteerd.

 

Windturbines zijn de helft van de tijd nauwelijks hoorbaar. Als het zacht waait, staat de windturbine nagenoeg stil en maakt hij (bijna) geen geluid. Als het hard waait, neemt het achtergrondgeluid (van bijvoorbeeld wegen en blaadjes aan de bomen) sterk toe en wordt de windturbine daardoor overstemd. Bij windkracht 3 tot 6 is de windturbine in de meeste gevallen wel hoorbaar.

 

Windturbines maken geluid, dit komt door:

 

• De bewegende delen in de gondel, zoals de generator en de tandwielkast. Of en hoeveel geluid die onderdelen maken, hangt af van het type windturbine.

• De draaiende rotorbladen. De hoeveelheid (aerodynamisch) geluid is afhankelijk van de rotordiameter, het toerental en de vormgeving van de rotorbladen.

 

Het waargenomen geluid bij een windturbine is afhankelijk van:

 

• De windsnelheid;

• Het type windturbine;

• De omgeving (invloed achtergrondgeluid).

 

De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windturbines. Dit is bereikt door:

 

• Een betere geluidsisolatie van de gondel;

• Verlaging van het toerental;

• Verbeterd ontwerp van de rotorbladen.

 

De geluidsproductie van een windturbine hangt af van de windsnelheid. Hoe groter de windkracht, hoe meer geluid de windturbine produceert. Bij stijgende windsnelheid stijgt echter ook het omgevingsgeluid (windruis). Doordat de toename van het omgevingsgeluid onder invloed van de windsnelheid veel sterker is dan de toename van het geluid van de windturbine, zal op een gegeven moment de windturbine onhoorbaar worden vanwege het omgevingsgeluid.

 

De normen voor de hoeveelheid geluid op de gevel (voor nabij liggende woningen) worden op dit moment weergegeven in dB(A). Dat is de maat voor het geluiddrukniveau, aangepast aan de gevoeligheid van het menselijk oor. De relevante richtwaarden voor geluid nabij een woning is 39 dB(A), voor een woning in woongebied en 43 dB(A), voor een woning gelegen in landbouwgebied. Ter vergelijking: het geluiddrukniveau van een gesprek is 60 dB(A), een drukke verkeersweg op 100 meter afstand is 80 dB(A), een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte is 100 dB(A) en een drilboor op 1 meter afstand is 110 dB(A).

 

De mate waarin hinder door een windturbine kan optreden, is afhankelijk van verschillende factoren zoals de bronsterkte van de windturbine, de opstellingsvorm, de ashoogte en het aantal windturbines. Ook de aard van de ondergrond (water, land), de afstand tot de omwonenden en het niveau van het achtergrondgeluid spelen een rol. Globaal genomen neemt het achtergrondgeluid bij het toenemen van de wind meer toe dan de bronsterkte van de windturbine.

 

HUIDIGE REGELEMENTERING

 

Op 15 juli 2011 keurde de Vlaamse regering de sectorale milieuvoorwaarden goed voor windturbines. Deze milieuvoorwaarden werden opgenomen in het VLAREM en zijn nu van kracht, deze werden in het staatsblad gepubliceerd op datum van 21/03/2012. Elk project dient aan deze voorwaarden te voldoen.

 

Het geluid van windturbines moet kleiner zijn dan de geluidsnorm zoals bepaald in onderstaande tabel. Wanneer het achtergrondgeluid echter hoger is dan onderstaande richtwaarden, dan geldt een hogere normering, met name de waarde van het gemeten achtergrondgeluid. In dit tweede geval wordt bepaald dat wanneer het oorspronkelijk omgevingsgeluid (gemeten als La95) in een bepaald punt hoger is dan de richtwaarde zoals weergegeven in onderstaande tabel, dan mag het specifiek geluid maximaal gelijk zijn aan het gemeten oorspronkelijk omgevingsgeluid, op voorwaarde dat de afstand tussen de windturbine en de dichtstbijzijnde woning minimaal 3x de rotordiameter bedraagt.

 

 

GELUIDSREDUCTIE DOOR TRAILING EDGE SERRATIONS

 

Bij de moderne technologieën is er veel aandacht voor de reductie van geluid. De nodige maatregelen aan de bron moeten worden genomen volgens de huidige stand van de techniek. Eventuele maatregelen zijn het werken met aerodynamische, gepolijste wieken, isoleren van de gondel, ophanging en behuizing van de generator, … Eén van de meest recente technieken die wordt aangewend om het windturbinegeluid te verminderen, is het aanbrengen van serrations (Trailing Edge Serrations) aan de wieken van de windturbine.  De wieken van de windturbine worden, met deze techniek, op zo een manier aangepast ((Trailing Edge Serrations) dat aan de gestelde richtwaarden kan worden voldaan voor elke nabijgelegen woning, zonder rekening te houden met het omgevingsgeluid en zonder productieverlies.

 

Het toepassen van deze techniek heeft geen effect op de Power Curve van de windturbine (elektriciteitsproductie in functie van de windsnelheid). Het enige effect dat wordt bereikt is de reductie van de geluidproductie van de windturbines waarop de technologie wordt toegepast (geen verlies voor de productie van elektriciteit).

 

 

Uit studies en metingen blijkt dat de geluidsproductie van een windturbine met een gemiddelde van 3,2 dB(A) kan worden gereduceerd, ten opzichte van de standaard geluidproductie, zonder dat er een significante invloed is op de aerodynamische kenmerken van de wieken (en dan ook op de elektriciteitsproductie van de windturbine). De geluidsproductie van de windturbines kan aldus worden gehalveerd zonder noemenswaardige bijkomende kosten. Indien mogelijke en wenselijk gebruikt Windkracht Vlaanderen deze geluidsreducerende techniek.

 

INFRASOON GELUID, INFRAGELUID, LAAGFREQUENT GELUID

 

Een argument gebruikt door tegenstanders van windturbines is dat de turbines te veel lawaai maken - zelfs geluid onder het bereik van het menselijk gehoor, bekend als infrasoon geluid. Zulke bezorgdheden voeden beweringen over "het Wind Turbines Syndroom" die volgens advocaten een medische aandoening is die psychische problemen, hart- en vaatziekten en duizeligheid teweegbrengt. Dit ‘windturbine syndroom’ (‘wind turbine syndrome’) of ‘windturbineziekte’ zou met name veroorzaakt worden door laagfrequent geluid van windturbines (Lf-geluid) en met geluid samenhangende trillingen.

 

Er is geen reden om aan te nemen dat laagfrequent geluid van windturbines directe fysiologische effecten heeft. Trillingen zijn te gering om door mensen vastgesteld te worden of effect te hebben op hun gezondheid.  Claims dat laagfrequent geluid van windturbines een groot effect op de gezondheid hebben, zijn niet wetenschappelijk onderbouwd; eerder is er het bewijs dat de geluidsniveaus bijvoorbeeld het vestibulair systeem (evenwichtsorgaan) niet kúnnen aantasten. Met andere woorden: het geluidsniveau van de windturbines ligt lager dan wat schadelijk zou kunnen zijn. Er is géén bewijs voor een combinatie van gezondheidsklachten door windturbines die te kwalificeren zou zijn als een ‘Windturbine syndroom’, constateren de onderzoekers. De belangrijkste epidemiologische studie toont aan dat er geen verband is tussen geluid van windturbines en gezondheidsproblemen.

 

Metingen van laagfrequent geluid (LF), infrageluid en tonale geluid laten zien dat er infrageluid wordt uitgezonden door windturbines, maar de storingen voor de huizen liggen meestal ver onder de niveaus van hoorbaarheid. In Nederland werden er vier grote turbines en 44 kleinere turbines, maar de infrageluid niveaus gaven geen problemen en het LF geluid in woonwijken overschreed niet het niveau van andere voorkomende geluidsbronnen zoals verkeer.

 

Uit een studie door een akoestisch ingenieursbureau in Australië bleek dat het infrasoon geluid opgewekt door windturbines minder luid is dan het infrasoon geluid gecreëerd door de eigen hartslag van een luisteraar. Het infrasoon geluid van windturbines neemt toe als de windsnelheid toeneemt, maar dit geluid wordt vaak gemaskeerd door het natuurlijke geluid van de wind die door het gebied waait. De Vereniging van Australische Akoestische Consultants zei dat "de onderzoeken concluderen dat het infrasoon geluidniveaus in de omgeving van windparken onder de drempel van perceptie en onder de geldende grenzen ingesteld voor infrasoon geluid vallen". Die grenzen zijn niveaus van infrasoon geluid die de mensen al ondervinden, gemaakt door natuurlijke bronnen zoals ademhaling, wind en golven, evenals de mechanische bronnen zoals vliegtuigen, verkeer en industrie van fossiele brandstoffen. De studie merkt op dat het geluid van de windturbine relatief is: “Onze omgeving heeft reeds veel infrasoon geluid, de niveaus gegenereerd door windparken zijn vanuit ons oogpunt vrij laag en ze zijn niet hoger dan wat er al in de natuurlijke omgeving is.... Mensen genereren zelf infrasoon geluid door zaken als hun eigen hartslag, door middel van ademhaling en deze niveaus van infrasoon geluid kunnen aanzienlijk hoger zijn dan een externe geluidsbron.”

 

De studie van het departement voor milieubescherming van Massachusetts stelde vast dat er geen bewijs was voor " het Wind Turbine Syndroom. " Ze vond ook geen concreet bewijs voor het geflikker van schaduwen van draaiende windbladen die aanvallen of andere symptomen zou veroorzaken.

 

Uit een experimentele studie in het tijdschrift Health Psychology bleek dat mensen de ervaring van het Wind Turbine Syndroom veroorzaakt door infrasoon geluid alleen al zou rapporteren als er naar wordt gesuggereerd. Deelnemers ervaren ofwel een echt infrasoon geluid ofwel een nep-alternatief, en wat bepaalde of ze symptomen ervoeren was niet door het type geluid maar of ze op voorhand werden verteld over de vermeende gevaren van infrasoon geluid.

 

Het bekende placebo heeft een minder bekende tegenstelling, de zogenaamde "nocebo". Dit is de verwachting van de schade van iets dat de meeste mensen waarschijnlijk nog nooit tevoren hebben ervaren of gehoord. De studie van de akoestische experts elimineert hiermee 1 vorm van "gecommuniceerde ziekte. "

 

Op 11 januari 2012 wees de Raad van State van Nederland  een zienswijze met betrekking tot gezondheid en windturbines af, op basis van het RIVM-rapport  ‘Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden’. Citaat uit de uitspraak van de Nederlandse Raad van State: ‘In het RIVM-rapport is volgens de raad gesteld dat het laagfrequente deel van het geluid van windturbines weliswaar tot extra hinder kan leiden, maar dat er gelet op de bestaande onderzoeken, onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat dit een factor van belang is voor het bepalen van de oorzaak van gezondheidsklachten’. Slaapverstoring is te verwachten bij een geluidsniveau boven 45 db in Lden; de Nederlandse norm voor de nacht ligt op 41 db. In het rapport ‘Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid’  uit 2009 geeft het RIVM aan dat laagfrequent geluid pas boven de gehoordrempel komt bij een Lden-waarde van ruim boven de 50 dB (A). Nieuwe windturbines moeten voldoen aan de wettelijke normering van Lden 47 db en Lnight 41 db en dat betekent dat het Lf-geluidsniveau aanzienlijk lager ligt, waardoor hinder door laagfrequent geluid vrijwel uitgesloten kan worden. De Vlaamse normen liggen nog lager dan de Nederlandse normen, waardoor het potentieel aan hinder door laagfrequent geluid nog bijkomend kan worden genuanceerd.

 

 

 

SLAGSCHADUW EN WINDTURBINES, IS HET PROBLEEM TE VERHELPEN?

 

Slagschaduw is de schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp. De draaiende bladen van een windturbine kunnen een wisselende schaduw of reflectie veroorzaken op bepaalde objecten. Slagschaduw komt voor wanneer de zon door de rotor van de windturbine schijnt. In het gebied dat in de projectiezone van de rotor gelegen is, zal de schaduw van de wiek waar te nemen zijn als een intermitterende schaduw.

 

Als slagschaduw op het raam van een woning valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw ergert mensen. Bij moderne windturbines met drie wieken is de slagschaduw in de praktijk beperkt. Deze windturbines hebben een maximale omwentelingssnelheid van 7,1 tot 13,8 toeren per minuut. Het maximale aantal bladpassages is daardoor maximaal 41,4 per minuut, dit komt overeen met een frequentie van 0,75 Hz. Uit onderzoek is gebleken dat mensen vooral last hebben van het afwisselen van schaduw en licht bij een hogere frequentie, tussen de 2,5 en 14 Hz.

 

Lichtschittering is niet hetzelfde effect als slagschaduw. Dit effect kan optreden als gevolg van de reflectie van zonnestralen tegen de rotorbladen. Bij de moderne windturbines komt dit verschijnsel niet of nauwelijks meer voor, aangezien sprake is van een antireflectielaag. Deze zogenaamde matte coating wordt ‘standaard’ op de rotorbladen aangebracht.

De schaduw reikt het verst bij zonsopgang en zonsondergang, dus wanneer de zon het laagst staat. De schaduwprojectie zal dus verder reiken in de winter dan in de zomer omdat de zon minder hoog komt te staan in de winter. Slagschaduw komt algemeen gesteld, vooral voor ten noorden, oosten en westen van een windturbine. Slagschaduw ten zuiden van een windturbine zal globaal gezien niet voorkomen omdat de zon nooit pal in het noorden staat. Slagschaduwcontouren kunnen berekend worden met behulp van de internationaal gangbare softwareprogramma’s.

 

De sectorale voorwaarden voor windturbines zijn opgenomen in het Vlarem II. Ter verduidelijking van de normering werden volgende definities opgenomen in afdeling 5.20.6.:

 

• “slagschaduw”

 

Schaduw die afkomstig is van een bewegende rotor van een windturbine als de ingestraalde energie van de zon hoger is dan 120 W/m² op een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon.

 

• “verwachte slagschaduw”

 

Het aantal uren slagschaduw dat aan de hand van de aannames, vermeld in punt F14 van de toelichtingbijlage bij de aanvraag van een milieuvergunning, vervat in bijlage 4B van titel I van het VLAREM, verwacht mag worden.

 

• “effectieve slagschaduw”

 

Het aantal uur slagschaduw dat effectief ter hoogte van een relevant slagschaduwgevoelig object opgetreden is, bepaald op basis van metingen of bepaald uit het logboek van de turbines.

 

• “slagschaduwgevoelig object”

 

Een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken.

 

• “slagschaduwkalender”

 

Een overzicht waarin voor elke dag van een jaar de tijdspanne met de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur weergegeven wordt.

 

Het aspect slagschaduw wordt behandeld in subafdeling 5.20.6.2 van het Vlarem.

 

OPLOSSINGEN

 

Deze schaduwhinder kan op een aantal manieren worden beperkt. Ten eerste door de windturbine verder weg te plaatsen van de elementen die hinder kunnen ondervinden. Is dat niet mogelijk of wenselijk, dan kan de windturbine stilgezet worden op momenten waarop deze hinder zou veroorzaken. Dit kan bijvoorbeeld door een installatie te plaatsen waarmee de windturbine kan worden stilgezet als dit noodzakelijk is om overdreven hinder te voorkomen. Dit systeem kan ook geheel automatisch functioneren. Er wordt door een sensor gemeten of de zon schijnt, en door een computer wordt berekend hoe lang de slagschaduw is en of deze over naburige gebouwen gaat. Op hinderlijke momenten wordt de windturbine stilgezet.

 

Het hierdoor optredende energieverlies is in de praktijk verwaarloosbaar, het gaat hooguit om een aantal dagen per jaar waarop de windturbine gedurende een aantal minuten wordt uitgeschakeld.

 

Er zijn programma’s waarmee de schaduwbaan van de windturbine kan worden berekend voor een bepaalde dag of in een bepaald seizoen. Met behulp van dit soort programma’s kan ook de plaatsing van de windturbine ten opzichte van een gevoelige locatie worden geoptimaliseerd.

 

Ten slotte wordt hinder voorkomen door de wieken langzamer te laten draaien. Dit gebeurt al vanzelf bij grotere windturbines. De moderne grote windturbines, met een diameter van 100 meter of meer, zijn rustig; ongeveer eenmaal per seconde komt er een schaduw voorbij, wat reeds als minder hinderlijk wordt ervaren.

Schaduwsensoren.

 

De installatie om de windturbine te onderbreken kan op verschillende manieren worden geïmplementeerd in de besturingssoftware van de windturbine. De meest gangbare methode is dat in de software blokken van dagen en tijden worden vastgelegd waarbinnen de regeling actief moet zijn. De werkelijke stilstand wordt beperkt door een zonneschijndetector. Als de zon niet schijnt is er geen schaduw en kan de windturbine in werking blijven.

 

Een andere mogelijke uitvoering is dat de windturbinebesturing wordt uitgebreid met een schaduwmodule die per dag de tijden berekend waarbinnen het aan - en uitzetten van de windturbine, in functie van schaduw, actief moet zijn. Dit gebeurt door het continu berekenen van de actuele richting - en de hoogte van de zon, voor de windturbine in kwestie. De locatie van de windturbine kan worden vastgesteld door een GPS-systeem op de gondel. Dit systeem geeft ook informatie over de oriëntatie van de rotor (windrichting). In de software worden verder de locaties en de afmetingen en maaiveldhoogten van de te beschermen objecten, de rotorafmetingen en de hoogte van de windturbine ingegeven. Omdat dit systeem ook rekening kan houden met de rotororiëntatie en omdat continu de zonnestand wordt berekend is er met dit systeem minder onnodige stilstand. Dit systeem wordt overigens ook voorzien van één of meer detectoren voor het meten van de instraling van de zon.

 

De nauwkeurigheid van een systeem is afhankelijk van de berekende zonnestanden en afhankelijk van de coördinaten van de windturbine en van de objecten. Een afwijking van enkele meters kan een merkbaar verschil van enkele minuten in de tijd en/of enkele dagen in de periode opleveren. Soms blijkt het nodig om op basis van praktische waarnemingen na een proefperiode het systeem bij te stellen. De software voorziet in een mogelijkheid om op eenvoudige wijze dergelijke kleine correctie toe te passen. Dit omwille van de dagelijkse verschillen in de zonnebaan, de zonneschijnduur en de windrichting. In het veld kan wel gemakkelijk worden gecontroleerd of de installatie goed is gedimensioneerd. Hiervoor kan op een of meerdere zonnige dagen de positie van de schaduw op bepaalde tijden worden vergeleken met de berekende stilstand tijden.

Reglementair kader.

 

Voor het jaar 2006 waren geen normen van kracht in Vlaanderen die de mogelijke hinder in verband met slagschaduw regelden. Pas sinds de goedkeuring van de omzendbrief: EME/2006/01- RO/2006, (afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines), is er een regel geformuleerd waarmee de hinder van slagschaduw ten opzichte van woningen kan worden beoordeeld. De normering is echter vrij summier. De omzendbrief stelt het volgende:

 

“Bij de beoordeling van de slagschaduwhinder wordt een maximum van 30 uur effectieve slagschaduw per jaar binnen in de bewoonde woning aanvaardbaar geacht. Indien het slagschaduweffect hoger ligt, dient onderzocht te worden in hoeverre remediërende maatregelen kunnen worden genomen (bijvoorbeeld aangepaste zonnewering, coating op ramen,…). Dit geldt ook voor de situatie in de glastuinbouw. De eventuele effecten moeten beschreven worden in de lokalisatienota.”

 

Belangrijk is op te merken dat er, in de omzendbrief EME/2006/01- RO/2006, enkel gesproken wordt van woningen. De omzendbrief ging destijds uit van de geldende normeringen die van kracht waren in onder meer Nederland en Duitsland. De Nederlands reglementering werd ondertussen gewijzigd.

 

Op 23 december 2011 keurde de Vlaamse regering de nieuwe sectorale milieuvoorwaarden definitief goed voor onder andere windturbines. Deze werden opgenomen in het Vlarem. Deze aanvraag werd dan ook specifiek eveneens voor slagschaduw getoetst aan deze voorwaarden. Deze normering wijzigt sterk de normering van de eerder geciteerde omzendbrief.

Volgende artikels zijn van belang:

 

“Artikel 5.20.6.2.1.:

 

Als een slagschaduwgevoelig object zich bevindt binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar van de windturbine, wordt de windturbine uitgerust met een automatische stilstandmodule.

 

Artikel 5.20.6.2.3.:

 

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, geldt een maximum van acht uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag voor elk relevant slagschaduwgevoelig object.”

 

De Vlarem bepalingen zijn dwingende wetgeving voor de exploitant van windturbines. Er is dus geen enkel windturbineproject in Vlaanderen die zal worden vergund wanneer de exploitant niet in staat is om aan te tonen dat hij aan deze wetten kan voldoen. Na de bouw van de windturbine is er eveneens controle op de exploitant, die steeds de wetgeving dient na te leven.

Er is dus volgens de bepalingen van de nieuwe wetgeving geen enkel windturbineproject in Vlaanderen die meer slagschaduw kan veroorzaken aan gelijk welke woning die hoger is dan 8 uur per jaar (op een totaal van 8760 uren per jaar) en maximaal 30 minuten per dag (binnen deze 8 uur per jaar). Indien de slagschaduw hoger kan zijn moet de exploitant maatregelen nemen (zoals stilzetten van de windturbine) zodat de wetgeving niet wordt overtreden.

 

 

HEEFT EEN WINDTURBINE EFFECT OP (MIJN) GEZONDHEID?

 

Er zijn veel studies naar gezondheidseffecten. Juist omdat het om gezondheid gaat, verwijzen wij alleen naar die studies waaraan in belangrijke mate door onafhankelijke medici of gezondheidsinstituten is meegewerkt. Uit de onderzoeken blijkt dat er geen bewijs is voor een ‘windturbinesyndroom’.

 

Een van de meest recente studies - begin 2012 – is die naar de impact van windturbines op de gezondheid in opdracht van de overheid in de Amerikaanse staat Massachusetts . Wonen in de nabijheid van windparken is, volgens deze studie, niet schadelijk voor de menselijke gezondheid. De auteurs van de MIT studie onderzochten een aantal case studies in Europa en de VS om de impact van infrageluid en de levenskwaliteit van de bevolking dicht bij windparken te beoordelen. Deze ‘Wind Turbines Health Impact Study’ is uitgevoerd door acht onderzoekers uit verschillende medische disciplines van onafhankelijke instituten. Zij hebben zowel wetenschappelijke als niet-wetenschappelijke studies bekeken, waaronder ook studies naar het ‘windturbinesyndroom’. Zij constateren dat uit de literatuur bekende metingen naar laagfrequent geluid op 400 meter afstand van windturbines lagere waarden aangeven dan wat gehoord of gevoeld kan worden[5]. In de beoordeling werd rekening gehouden met effecten op de gezondheid, zoals stress, hinder en slaapverstoring dat zouden kunnen worden geassocieerd met leven in de buurt van windturbines. De onderzoekers constateerden dat het niet bewezen of aannemelijk is dat windturbines rechtstreeks gezondheidsproblemen met zich meebrengen: "Er is geen duidelijke of consistente associatie gevonden tussen geluid van windturbines en alle gerapporteerde ziekte of andere indicatie van schade aan de menselijke gezondheid".

 

Uit een case studie in het noorden van Polen, gekend als de grootste studie over windturbinegeluid, bleek dat de bewoners naast windparken de beste levenskwaliteit hadden en mensen die verder dan 1500 meter woonden scoorden het slechtst. Het rapport concludeerde dat wonen in de nabijheid van windparken niet resulteert in de verslechtering van de levenskwaliteit.

In dit kader kan ook worden verwezen naar het onderzoek van Knopper en Ollson  Zij concluderen dat windturbines wel degelijk een bon van ergernis kunnen zijn voor mensen. Deze ergernis heeft echter vooral te maken met de houding van de waarnemer ten opzichte van de komst van windturbines, dan omwille van windturbine specifieke eigenschappen. Gezondheidsklachten worden dan ook eerder gerelateerd aan een uiting van een geïrriteerde staat van de waarnemer dan aan de effecten van de windturbines zelf. Met andere woorden, het is de verandering in de omgeving die geassocieerd is met eventuele effecten op de gezondheid en niet de turbine-specifieke eigenschappen.

 

Geluid en zeker het ervaren van geluid, kan echter wel degelijk tot irritatie leiden. Uit de onderzoeken blijkt ook dat het wel of niet kunnen zien van de windturbines een rol speelt; er wordt meer hinder van turbinegeluid ervaren door ondervraagden die zicht hebben op de turbines dan de ondervraagden die de turbines niet zien, maar op gelijke afstand wonen en waar volgens metingen het geluidsniveau gelijk is. Daarnaast speelt ‘participatie’ een rol. (Mede)eigenaren van turbines of omwonenden die op andere wijze voordeel ondervinden ervaren geen hinder.

 

Er is geen wetenschappelijk bewijs voor een relatie tussen windturbinegeluid en een reeks van gezondheidsklachten, variërend van hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, slechthorendheid, oorsuizen (tinnitus) tot diabetes en migraine. Eerder, in 2009, kwam een internationale groep medici (Amerika, Canada, Denemarken en UK) uit verschillende disciplines met een onderzoek naar windturbinegeluid en gezondheidseffecten tot vergelijkbare conclusies . Net als in andere studies wordt er in ‘Wind Turbine Sound and Health Effects’ op gewezen dat geluid en het ervaren ervan tot irritatie (annoyance) kan leiden en dat dit gevoel van persoon tot persoon kan verschillen en effect op bijvoorbeeld stress en slaap kan hebben. Dit is een gegeven dat voor álle vormen van geluid kan optreden, niet specifiek voor windturbines. Opvallende opmerking in het rapport is de constatering dat deze annoyance mede veroorzaakt kan worden door het zogenaamde ‘nocebo’ effect: mentale en fysische belasting als gevolg van verwachte en gevreesde bijwerkingen van veranderingen. Het rapport constateert dat daardoor een sterke benoeming van mogelijke gezondheidseffecten door tegenstanders van windturbines de effecten kan veroorzaken die ze beschrijven.

 

Iván Pineda, hoofd beleidsanalyse bij de Europese Wind Energie Associatie, zei: "Deze resultaten maken een einde aan de bezorgdheden die sommige burgers kunnen hebben met betrekking tot wonen in de buurt van windturbines."

 

Bronnen:

 

1. Wind Turbine Health Impact Study: report of Independent Expert Panel. In opdracht van het Massachusetts Department of Environmental Protection an het Massachusetts Department of Public Health, januari 2012.

2. Journal of Occupational & Environmental Medicine:November 2014 - Volume 56 - Issue 11 - p e108–e130, Wind Turbines and Health: A Critical Review of the Scientific Literature, McCunney, Robert J. MD, MPH; Mundt, Kenneth A. PhD; Colby, W. David MD; Dobie, Robert MD; Kaliski, Kenneth BE, PE; Blais, Mark PsyD

3. Wind Turbines Sound and Health Effects. An Expert Panel Review, december 2009, uitgevoerd voor de Amerikaanse en Canadese windenergie associatie door een internationale groep van medici die hun onderzoek en bevindingen onafhankelijk konden verrichten.

 

 

 

WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN HET PLAASTEN VAN WINDTURBINES?

 

Windmolens worden al meer dan duizend jaar gebruikt om de kracht van de wind te benutten. Dankzij de technologische ontwikkelingen zijn de huidige windturbines in staat om aan onze elektriciteitsbevoorrading deel te nemen. Windenergie is goed voor het klimaat en zorgt voor lagere elektriciteitsprijzen, ook bedrijven en particulieren kunnen daarvan genieten!

 

WINDENERGIE VOORZIET ONS VAN EIGEN ENERGIE

 

Uit onze eigen bodem kunnen we geen grondstoffen delven die ons voorzien in onze energiebehoefte. Er zijn geen oliebronnen, geen uraniummijnen, geen gasbellen. We beschikken echter wel over onuitputtelijke bronnen zoals zon en wind.

 

Inzetten op windenergie heeft ons het voordeel onafhankelijk te worden. Meer onafhankelijkheid energie installaties in Vlaanderen zorgt voor minder import van energie uit het buitenland. Minder afhankelijk van de internationale energiemarkt, zorgt voor energieprijzen die beter te beheersen zijn.

 

WINDENERGIE IS ECONOMISCH EN BETROUWBAAR

 

De kost van windenergie is dus op voorhand bekend, en er wordt genoeg reserve voorzien om de turbine af te bouwen. Na de afschrijvingsperiode kunnen windturbines veilig verder produceren en is de opgewekte stroom zo goed als gratis.

 

De lokale productie van windenergie zorgt voor een geografische spreiding van de productie (decentrale productie). Daardoor is er minder transport en dus minder verliezen op het net en als een turbine word stopgezet dan heeft dat geen grote gevolgen op het netevenwicht.

 

WINDENERGIE ZORGT VOOR GROENE JOBS

 

Het rapport “ Macro-economic impact of Renewable Energy Production in Belgium van E&Y, gepubliceerd in oktober 2014 in opdracht van ODE, EDORA en BOP onderzocht scenario’s die gebaseerd zijn op de scenario’s in de studie van het Federaal Planbureau ”Perspectieven van de elektriciteitsbevoorrading tegen 2030”.

Daaruit blijkt dat in het scenario met 24% hernieuwbare energie 9.200 bijkomende arbeidsplaatsen per jaar zullen worden gecreëerd voor de bouw van nieuwe installaties van hernieuwbare energie, Daarbovenop komen de jobs die gecreëerd worden in exploitatie en onderhoud: 2.700 jobs per jaar in het scenario meer hernieuwbare energie. Dus met meer hernieuwbare energie krijgen we dus veel meer tewerkstelling.

 

WINDENERGIE DRAAGT BIJ TOT EEN BETER KLIMAAT

 

Windenergie heeft het grote voordeel dat haar brandstof onuitputtelijk is: wind is er overal en zal er altijd zijn, nog minstens 4.5 miljard jaar. Het inzetten op deze klimaatvriendelijke technologie zorgt voor een vermindering van gebruik van fossiele brandstoffen (zoals gas, olie, uranium, enz.). Dit zorgt voor een verhoogde energie-onafhankelijkheid en kan, naargelang de ontwikkeling van windenergie, tot 27 miljard EUR per jaar uitsparen in Europa (zie studie EWEA)

 

Windenergie is dus bij uitstek een duurzame energievorm die bijdraagt tot een beter klimaat en een beter leefmilieu. Deze technologie kan een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de Vlaamse klimaatdoelstellingen.

 

WINDENERGIE ZORGT VOOR EEN SCHONER MILIEU

 

Bij de productie van elektriciteit uit wind komen geen afvalstoffen en geen schadelijke stoffen vrij. Fijn stof in de lucht vormt een belangrijk risico voor de gezondheid. Het dringt rechtstreeks in de longen en veroorzaakt allergieën alsook cardiovasculaire en respiratoire aandoeningen. Fijn stof wordt geproduceerd door de verbranding van steenkool, aardolie, aardgas, hout en andere biomassa materialen.

 

Wind is lokaal beschikbaar en eist geen bijwerking. Daarentegen gebeurt de winning van olie en gas vaak zonder respect voor het milieu en voor de mensen (onteigening, olierampen en andere vormen van verontreiniging).

 

Er komen zo goed als geen broeikasgassen (CO2) vrij bij de productie van windenergie. Enkel bij de productie van de installaties zelf komt er een kleine hoeveelheid CO2 vrij. Maar bij een windturbine wordt dat surplus in zes maanden terugverdiend. De volgende 20 jaar is dus een pure bonus voor het milieu. (meer info: No fuel, windpower without fuel)

 

WINDENERGIE VERBRUIKT GEEN WATER

 

n 2012 vermeed windenergie het gebruik van 387 miljoen kubieke meter (mn m³) aan water- gelijk aan het gemiddelde jaarlijkse huishoudelijk watergebruik van bijna 7 miljoen Amerikaanse inwoners. Tegen 2030  zal de vermeden kost van water door het gebruik van windenergie tussen de  3,34 miljard EUR en  4,30 miljard EUR bedragen. (Bron: EWEA: Saving water with wind energy). In dit tijdperk van steeds schaarser wordend zoetwater is dit een belangrijke troef!

Windenergie, ook voor bedrijven en particulieren

 

Bedrijven en coöperatieven kunnen met de inbreng van (externe) expertise in hun eigen windproject investeren. Wind is een mature technologie, er zijn dus weinig risico’s gebonden aan het investeren in windenergie.

 

Windprojecteigenaars kunnen de stroom voor eigen verbruik voorbehouden wat netkosten bespaart. Daarenboven zijn windturbines een uitstekende vector voor het onderwijs en het rationeel omgaan met energie.

 

WINDENERGIE: EEN GROOT KENMERK MET EEN KLEINE VOETPRINT

 

Windturbines zijn voor uw bedrijf, uw gemeente of uw nieuw landschap een duidelijke herkenningspunt. Dit kenmerk geeft een duidelijke groene, duurzame uitstraling. Een windturbines heeft echter in relaties tot zijn hoogte (+/- 150 meter) weinig ruimtebeslag op de grond. De kleine footprint van de mast zorgt voor een zeer beperkte impact op het terrein. Windturbine installaties bieden dan ook een voordeel voor meervoudig ruimtegebruik.

 

Bronnen:

 

www.ode.be

 

 

ZIJN WINDTURBINES WEL ZO VEILIG ALS MEN BEWEERT?

 

De technologie van windturbines heeft een belangrijke evolutie ondergaan en dit voornamelijk voor wat betreft de betrouwbaarheid, de beveiliging en de kwaliteit van de elektriciteitsproductie. Als gevolg hiervan zijn moderne windturbines ontstaan die als machine aan alle eisen voldoen.

 

Vanuit het standpunt van de externe veiligheid zijn gelet op de aard van de omgeving, voornamelijk de directe risico’s die uitgaan van de windturbine van belang. De aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke producten die tot domino-effecten zouden kunnen leiden, zijn in een agrarische omgeving immers niet te verwachten.

 

OVERZICHT CRITERIA VOOR PLAATSGEBONDEN MENSRISICO IN VLAANDEREN

 

De directe risico’s van een windturbine gaan uit van een falen van de machine (het begeven van mast of gondel of rotorbladen). Deze risico’s worden uitgedrukt als plaatsgebonden mensrisico en groepsrisico.

 

De afstanden waarop een plaatsgebonden mensrisico van de orde van 10-5, 10-6 en 10-7 wordt bereikt, worden berekend aan de hand van een beoordelingsinstrument.

 

Het plaatsgebonden mensrisico wordt typisch voorgesteld als ISO - contouren of contouren met een gelijk plaatsgebonden mensrisico. In Vlaanderen worden voor het plaatsgebonden mensrisico van windturbines de criteria gehanteerd die beschreven zijn in het referentiedocument “Een code van goede praktijken inzake de risicocriteria voor externe mensrisico’s van SEVESO-inrichtingen”. Het specifieke gebruik van de bedoelde criteria voor het evalueren van mensrisico’s voor windturbines wordt verder toegelicht in de studie “Windturbines en Veiligheid van de Vlaamse Overheid”. (Zie www.SGS.com/windturbines). De criteria die van toepassing zijn, worden hieronder weergegeven:

 

• IRC - 10-5/j (risico kans 1 op de 0,1 miljoen per jaar): Grens van de inrichting: d.i. de grens van het perceel waarop de windturbine (bepaald door de verticale projectie op grondniveau) wordt geplaatst.

 

• IRC - 10-6/j (risico kans 1 op de 1 miljoen per jaar): Gebied met woonfunctie: 1, woongebied, bepaald volgens art. 5 en 6 van het KB van 28.12.1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en de ermee vergelijkbare gebieden vastgesteld in de ruimtelijke uitvoeringsplannen met toepassing van het decreet van 18.05.1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. 2, groepen van minstens 5 bestaande woningen,

 

• IRC - 10-7/j (risico kans 1 op de 10 miljoen per jaar): Gebied met kwetsbare locatie: Alle terreinen waarop zich scholen, ziekenhuizen of rust - en verzorgingstehuizen bevinden. Met scholen worden alle kleuter -, lager of secundair onderwijsinstellingen bedoeld. Universiteiten en hogescholen worden niet weerhouden aangezien deze personen voldoende zelfredzaam zijn.

 

Voor een windturbine met een tiphoogte van 180 meter, en een rotordiameter van 117 meter ligt de IRC - 10-7/j op een afstand van 223 meter van de as van de windturbine.

 

TECHNISCHE MAATREGELEN

 

Om het risico op ongevallen zo veel als mogelijk te verkleinen worden volgende maatregelen genomen:

 

  • De windturbine beschikt over een aantal beveiligingssystemen die periodiek op hun werking worden gecontroleerd:
  • Remsysteem: Bij het uitvallen van de belasting of bij zeer hoge windsnelheden, wordt door middel van een aerodynamisch fail-safe remsysteem de windturbine in een veilige toestand gebracht en gehouden. Het aerodynamische remsysteem is gebaseerd op het verdraaien van de bladhoeken, waardoor deze letterlijk ‘uit de wind’ worden gezet.
  • Daarnaast is ook een mechanisch remsysteem als back-up op het vorige systeem voorzien.
  • Bliksembeveiligingssysteem: De windturbines worden voorzien van een bliksemafleidingssysteem.
  • IJsdetectiesysteem: De windturbine wordt uitgerust met een redundant ijsdetectiesysteem. Er is een theoretische mogelijkheid tot ijsvorming gedurende gemiddeld 7 dagen per jaar. Er wordt standaard een ijsdetectiesysteem voorzien op iedere windturbinepark van de aanvrager. Indien ijsvorming mogelijk is wordt de windturbine preventief stilgezet. Heropstart kan enkel na verificatie ter plaatse dat er geen ijsvorming meer is. Mogelijke ijsvorming wordt gedetecteerd door opmeting buitentemperatuur en luchtvochtigheid. Daarnaast wordt ook de vergelijking van het nominaal met het effectief geleverde vermogen gemaakt. Afwijkingen hierop kunnen eveneens wijzen op mogelijke ijsvorming. Indien de windturbine bij mogelijke ijsvorming in bedrijf is, zal ze worden stilgelegd. De windturbine zal bovendien pas terug opgestart worden indien alle eventueel op de wieken gevormde ijsschotsen en –brokken terug verdwenen zijn.

 

Windkracht Vlaanderen BVBA is een bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling, commercialisering en plaasting van hernieuwbare energiesystemen. Windkracht Vlaanderen werd opgericht in 2011 en wordt geleid door Frederik De Smet en Stefaan Dauwe, twee ondernemers uit Oost-Vlaanderen die reeds lang hun sporen hebben verdiend in de hernieuwbare energie sector.  Windkracht Vlaanderen heeft duurzame samenwerkingsovereenkomsten met haar partners voor de ontwikkeling van windenergieprojecten.

NIEUWSBRIEF

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte mbt onze akties.

CONTACTEER ONS
  • fds@windkracht-vlaanderen.be
  • sd@windkracht-vlaanderen.be
  • Boelare 52
  • 9900 Eeklo
  • Oost-Vlaanderen
  • 0485 66 22 74
  • 0486 24 53 94

Sending Request...

There was a problem. Please try again.

Request Sent

© Copyright 2016. All Rights Are Reserved